Tijdens de recente zorgacties is Bart Van der Biest, vakbondsafgevaardigde in het Sint-Mariaziekenhuis in Halle, op de voorgrond getreden als een van de duidelijkste stemmen van het ongenoegen binnen de sector. In een scherp betoog trok hij fel van leer tegen het beleid van de ziekenhuisdirectie én tegen de politieke keuzes die volgens hem de zorgsector richting instorting duwen. De aanleiding was een extra ondernemingsraad, waarin de precaire financiële situatie van het ziekenhuis werd toegelicht. Volgens Van der Biest is die situatie deels het gevolg van wanbeheer door de vorige directie. “Maar wat ons nu zorgen baart, is dat de nieuwe directie de rekening doorschuift naar het personeel,” zegt hij. Onder de voorgestelde maatregelen bevinden zich het herschikken van personeel, het verhogen van de flexibiliteit en het invoeren van de zogeheten annualisering van de arbeidstijd. Maatregelen die diep ingrijpen in het werk- en privéleven van de zorgverleners. Wat Van der Biest vooral kwalijk neemt, is de manier waarop deze voorstellen werden gecommuniceerd: via een brief, zonder overleg of bijzondere ondernemingsraad. “We vielen letterlijk uit de lucht,” aldus de vakbondsman.
“Geen citroenen, geen schaakstukken”
De toon van Van der Biest is fel, maar geladen met verontwaardiging die breed gedragen wordt in de sector. “Het personeel is geen schaakpion op een Excel-tabel en al helemaal geen citroen die je blijft uitpersen,” zei hij. “We hebben het hier over mensen, niet over productiecijfers. Maar in de logica waarmee vandaag ziekenhuizen gerund worden, lijkt dat onderscheid verloren te zijn gegaan. Alles moet sneller, efficiënter, met minder mensen. Maar dat kan niet.”
Volgens Van der Biest staan de vakbonden gelukkig niet met lege handen. Voor het zorgpersoneelsfonds, dat eind maart vernieuwd moet worden, is hun handtekening vereist. En die handtekening is nog niet gegeven. “Dat geeft ons een stevige onderhandelingspositie. We zijn begonnen aan een stevig gevecht, want de situatie is onhoudbaar.”
Een “perfect storm”
Van der Biest ziet de huidige crisis niet als een verrassing. Volgens hem bouwt deze storm zich al jaren op. “Tien jaar geleden kon je het al voorspellen,” zegt hij. Hij somt op: jarenlange besparingen, de hervorming van het ziekenhuislandschap, het tekort aan zorgpersoneel, de vergrijzing van zowel personeel als patiënten. “Het is een perfecte storm: verschillende negatieve trends die samenkomen en elkaar versterken.”
Hij verwijst ook naar recente cijfers over hoeveel extra mensen er nodig zijn om de social profit-sector op peil te houden. “Die cijfers zijn ronduit alarmerend,” zegt hij. “En de manier waarop het beleid daarop reageert, is bitter weinig geruststellend.”
“2028 is te laat”
Zowel de Vlaamse als de federale regering hebben aangegeven pas vanaf 2028 middelen vrij te maken voor een nieuw sociaal akkoord. Van der Biest noemt dat onaanvaardbaar. “De zorgcrisis is nú bezig, niet over twee jaar. We hadden in 2017 een vaag akkoord. In 2020, onder druk van corona, kwam er eindelijk 1 miljard euro vrij. Maar intussen is het 2026, en krijgen we te horen dat het volgende akkoord ‘zo weinig mogelijk mag kosten’. Dat is toch hallucinant?”
De vakbondsafgevaardigde eindigde zijn toespraak met een volksgezegde uit Aalst: “Voor niks gaat je vogelken.” Een ludieke manier om te zeggen dat investeren in zorg mensenwerk is, en geld kost. “Wie denkt dat je de zorgsector kunt hervormen zonder centen, leeft in een illusie,” besluit hij.

