Het antwoord is bewust breken met de traditionele politiek en media en je actief verbinden.-
We leven in een gepolariseerde wereld waarbij elk thema tweedracht lijkt te veroorzaken. Abstracte termen die normaliter neutraal zouden moeten zijn, zijn toegeëigend door politieke kampen. Dat complexe woorden zoals ‘democratie’ of ‘kapitalisme’ niet langer waardevrij of eenduidig zijn lijkt in het huidige politieke klimaat meer dan normaal. Helaas zijn de ideeën- en taalstrijd momenteel zo ver gevorderd dat zelfs ‘simpele’ algemene woorden zoals ‘mannelijkheid’ niet langer eenduidig zijn. De cultuuroorlogen (‘culture wars’) die dienen als bliksemafleiders om het vooral niet te hebben over de strijd die er werkelijk toe doet, namelijk die tegen de steeds groter wordende ongelijkheid, lijkt te hebben gewerkt.
Dit kan als problematisch worden bestempeld of het kan bekeken worden als een opportuniteit. We leven in een postmoderne maatschappij waarbij we al enkele decennia woorden, waarden en normen relativeren en herkalibreren. Het in vraag stellen van fundamentele concepten, maatschappelijke rollen en dominante verhalen is op korte termijn uiteraard te verkiezen boven pakweg (burger)oorlog of revolutie. In essentie gaat het over of we als collectief constructief of destructief omgaan met latente gevoelens van onrecht en onmacht. Doen we dit op een organische manier van onderuit zodat verandering gedragen wordt of op bureaucratische manier waarbij er van hogerop maatregelen genomen worden die het menselijke aspect van een maatschappij beknotten. Welke van de twee constructief en welke destructief is voor het sociale weefsel spreekt voor zich. Wie deze twee door elkaar haspelt leidt oftewel aan een schizoïde persoonlijkheidsstoornis of is compleet het oosten kwijt door het Post-Truth Tijdperk.
Dat jongere generaties zaken deconstrueren en zich kritisch opstellen ten aanzien van heersende ideeën en denkkaders, en daarbij bepaalde paradoxen ontwarren, kan enkel maar bijdragen aan een meer accurate woordenschat. Deze aangepaste woordenschat zal dan de stof vormen waarmee we een nieuw globaal verhaal kunnen gaan weven. Dit nieuwe metanarratief kan dienen als basis voor een hernieuwd vertrouwen tussen mensen uit het Globale Noorden en Zuiden. Progressieve krachten willen een meer rechtvaardige en weerbare wereld en zullen zich blijven verzetten by any means necessary tegen (neo-)conservatieve en (neo)liberale krachten die vooral meer van hetzelfde willen. De huidige generatie van leiders houdt de huidige toenemende ongelijkheid tussen landen en in landen staande. De daarmee gepaarde instabiele status quo rust op het gedateerd verhaal over moderniteit dat wortels heeft in de koloniale periode. Bij de pleitbezorgers van het vooruitgangsgeloof, het atlantisme en het eurocentrisme is nog al te vaak geen respect voor echte diversiteit, constructieve dissidentie en participatie noch voor kwaliteit van leven. “There is no alternative” en economische groei is al wat de reactionaire klok slaat.
Aangezien cultuuroorlogen vooral een gevolg zijn van de frictie die ontstaat door het semantische getouwtrek tussen conservatieve en progressieve krachten, dacht progressief links dat het winnen van deze veldslagen ertoe zou leiden dat de politieke oorlogen evident gewonnen konden worden. Tot er een echte oorlog uitbrak op het Europese continent en de conservatieve krachten geen grimmige realiteit meer moesten creëren in the minds of people. Ze was namelijk werkelijkheid geworden. Het losweken van politieke verbeelding en het heroveren van the hearts of people zijn moeilijker in oorlogstijd maar des te meer onontbeerlijk. Het is de enige manier om vrede op lange termijn te bewerkstelligen.
Na de Tweede Wereldoorlog hielden de meeste Europese landen moedwillig vast aan hun kolonies met veel gruwel tot gevolg. We mogen nu niet dezelfde fout maken door reflexief te vervallen in (neo)koloniale denkkaders en taalgebruik. Aangezien Europa haar dekolonialiseringsproces nog steeds niet volledig doorlopen heeft, waart de schaduw van dat verleden nog rond op het Europese continent. Dit weerspiegelt zich in een exceptionalisme en een algemene superieure gevoel dat gepaard komt met paternalistisch denken. In concreto zien we dit vooral terug in onder andere hoe normaal racistische karikaturen nog steeds zijn, the color line, hoe salonfähig islamofobie is, het white savior complex, het onderdrukken van alternatieven en de grote populariteit van reactionaire politiek. Wie zich niet bewust is van zijn schaduw, ziet niet in dat deze groeit in moeilijke tijden.
Als we duurzame vrede willen, gefundeerd in radicale rechtvaardigheid, moeten we de grote ongelijkheid in en tussen landen doen vervagen en breken met het unilateralisme kenmerkend voor de ‘Pax Americana’. Hiervoor moeten we tijdig en stond loslaten wat ons niet langer dient en scherp stellen wat bot is geworden. Het doorknippen van het culturele verwantschap met de Verenigde Staten is cruciaal om niet hetzelfde pad richting fascisme te bewandelen. Het scherpstellen, verbreden, verdiepen en opschalen van onze democratie is de enige werkbare formule op lange termijn. Door mediatieke ruimte te geven aan de werkende klasse, weg van totalitaire instanties en almachtige bedrijven, kan er nieuwe zuurstof gegeven worden aan de manier waarop we aan politiek doen. In plaats van te vernauwen door koppig vast te houden aan de neoliberale receptuur, kunnen we opteren voor radicale gelijkwaardigheid. In deze authentieke gelijkheid tussen volken, landen en machtsblokken kan multilateralisme in de vorm van menselijke diplomatie de plaats innemen die ze verdient. Als enkel de politieke wil ontbreekt, dan zit er niets op dan breken met ‘de politiek’.

