De lange hongerstaking in de Brusselse Begijnhofkerk is afgesloten, maar pastoor Daniël Alliët voelt absoluut geen reden tot vieren. Dit weekend (17 en 18 oktober) vond er als orgelpunt een 24 uur durend solidariteitsvasten plaats in de kerk, georganiseerd door House of Compassion en Palfam, om Palestijnse families te steunen.
Sympathisanten overnachtten van zaterdag op zondagnacht op matrassen in de kerk, deelden getuigenissen en liepen zaterdag mee in de Lantaarnmars tegen armoede.
Zondag werd het vasten, na een misviering van pastoor Daniël, afgesloten met een gezamenlijke maaltijd. Ondanks deze volgehouden acties toont de “nuchtere boerenzzon” Alliët zich in een interview vooral ontgoocheld en beschaamd dat ze als samenleving niet meer konden doen.
Met verwijzingen naar Martin Luther King en Hannah Arendt is hij scherp voor de zwijgende meerderheid: wie louter voor zijn eigen gezin zorgt en verder passief blijft, is medeschuldig aan het kwaad.
Daarnaast hekelt Alliët het gebrek aan moed bij de bisschoppen en de tegenkanting van de eigen lokale ‘kerkfabriek’. Hij prijst daarentegen de vrijzinnige universiteiten, zoals de VUB en de ULB, die wél meteen hun deuren openden.
Ook de politiek krijgt een forse veeg uit de pan, want de situatie zit volgens hem muurvast. Hij laakt de voortdurende boycot door de minister van Migratie en de N-VA, en verwijt de CD&V dat zij niet meer durven opkomen voor de allerzwakkeren.
Ondanks de bittere vaststelling dat “over hoop spreken belachelijk wordt”, weigert de priester na decennia van strijd op te geven. “Doe iets, en dan kan er een beetje hoop ontstaan. Doe nog iets, en er is weer wat hoop,” luidt zijn vastberaden conclusie.
Beelden: DMD/MV.
